Veel gestelde vragen

Is dit niet slecht voor het dierwelzijn / worden ze niet zeeziek?

  • Het ontwerp van onze drijvende boerderij heeft dierenwelzijn als eerste uitgangspunt.  Ten opzichte van reguliere stallen is deze drijvende ‘Koeientuin’ een grote sprong voorwaarts. Met name de koeientuin, de ruimte per m2, de stevigheid, zachtheid en netheid van de vloer en de beplanting, groen voorziening in de koeientuin. Vervolgens is uiteraard gekeken met onze engineers naar de stabiliteit van het gebouw. ‘Het gebouw moet zo stevig zijn als een weiland of een reguliere stal op het land’. Nederland heeft een uitstekende reputatie als waterbouwers, scheepsbouwers en civiel ingenieurs. Met onze partners is dan ook een extreem stabiel platform ontworpen, rekening houdend met maximale wind, golfslag en verplaatsing van alle koeien. De maximale uitslag (schommeling) is niet meer dan millimeters in situaties die nauwelijks zullen voorkomen. De koeien ervaren zelfs in extreme omstandigheden geen instabiliteit. Zeeziekte zal dus niet aan de orde zijn.
  • In de wereld en ook in Nederland zijn heel veel transportbewegingen met onze veestapel. Zo exporteert Australië jaarlijks tussen de 600.000 en 800.000 koeien met grote oceaanschepen naar de rest van de wereld. De koeien blijven veelal weken op zee. Ook via de weg zijn er iedere dag grote transporten van levende have in vrachtwagens. Al deze transporten op weg en zee zijn sterk gereguleerd via internationale regelgeving.

Koeien horen toch in de wei?

  • Zeker. Maar koeien staan ook heel vaak niet in de wei. De meeste tijd eigenlijk. Bijvoorbeeld in de winter, of in het najaar, of wanneer de zon fel brandt. Daar houden koeien ook niet van. Bovendien moet een koe 2 keer per dag gemolken worden en dat gebeurt in de stal. De zuivelindustrie geeft een bonus aan boeren die koeien 6 uur per dag gedurende 120 dagen per jaar in de wei hebben.
  • De koeien van Floating Farm komen ook in de wei. Circa 8 maanden per jaar hebben zij overdag vrij toegang tot een weiland.  Daarbij laten wij de keuze aan de koe. Zij mag beslissen waar ze zich het meest comfortabel voelt.  Als de zon brandt, of als het regent, is ook een koe liever binnen dan buiten.
  • De eerste twee jaar van hun leven wordt al het vee van Floating Farm dag en nacht gedurende ca. 8 maanden (afhankelijk van het weer) geweid in de polder van Midden Delfland op natuurgrasland van NatuurMonumenten. Dit geldt zowel voor de vaars- als de stierkalveren.

Landbouw zou biologisch moeten zijn

  • Floating Farm gaat kwaliteitszuivel produceren op een heel diervriendelijke manier met een minimale eco-footprint. Wij zullen het predicaat ‘biologisch’ echter niet kunnen krijgen. Daarvoor wijkt het Floating Farm –systeem teveel af van de thans geldende richtlijnen van  de toezichthouder op de biologische landbouw Skal .

Waarom op het water?

Daarvoor zijn verschillende redenen:  Op wereldschaal

  • We zien een alsmaar groeiende wereldbevolking. In 2050 is de verwachting dat er 2 a 3 miljard mensen bij zijn gekomen. Een groot deel van de wereldbevolking heeft nu al geen gezond voedsel
  • Het beschikbaar areaal aan vruchtbare landbouwgronden groeit niet mee met de wereldbevolking. Sterker nog: vruchtbaar land wordt steeds schaarser. Dat komt door een over-bebouwing van steden in vruchtbare delta’s, door de klimaatverandering (verzilting), maar ook door ontbossing (erosie) en door uitputting van de bodem (‘verwoestijning’).
  • Mensen wonen straks voor 70% in de grote stad. Dit noemen we urbanisatie. In Europa is zelfs de verwachting dat dit 90% zal zijn. Steden zullen dus groeien. De grootste steden liggen veelal in delta’s, waar de aarde van nature vruchtbaar is. Met de groei van de steden wordt dus nog meer vruchtbare aarde omzetten in beton en worden de transportlijnen van de landbouwgebieden naar het stadscentrum steeds langer. De logistieke keten en daarmee de vervuiling binnen steden zal dus aanzienlijk blijven groeien.
  • De klimaatverandering laat zien dat er steeds heviger regenval is en overstromingen van steden en landbouwgronden. Wij zullen dus moeten kijken naar een klimaat adaptief systeem om de stad te kunnen blijven voeden. Op het water bouwen is een van de oplossingen waar wereldwijd grote belangstelling voor bestaat.

Op lokaal/Nederlandse schaal 

  • Wij moeten zuinig zijn op onze groene natuur. Wellicht kunnen we het land efficiënter gebruiken.
  • Nederland is een dicht bevolkt en klein land. En ook hier zien we dat de afstand tussen stadsbewoner en land/landschap al aanzienlijk is en daarmee ook de kennis over gezond voedsel en voedselproductie
  • Om voedselproductie dicht bij de consument te brengen is ruimte nodig in de stad. Deze ruimte is er niet op land maar wel op het water. Water biedt ruimte. Niet alleen fysiek maar ook om te innoveren en nieuwe combinaties te maken.
  • De distributie en logistiek van voeding van land naar stadsbewoner loopt via vele schakels: van boer naar fabriek, van fabriek naar distributiecentra, van distributiecentra naar winkel en vervolgens naar consumenten. 1 op de 3 vrachtwagens in Nederland is voedsel gerelateerd. Door in de stad te produceren kan de logistieke keten verkort worden.
  • Ook Nederland heeft met klimaatverandering te maken. Ook Nederland heeft een strategie van klimaat adaptief bouwen ingezet. Daar is drijvend en stabiel bouwen een goed voorbeeld van.

Waarom in de stad?

  • Naast de trek naar de stad vanaf het platteland zal de groei van de wereldbevolking met name in de stad plaatsvinden. In de wereld zal straks 70% in steden wonen. In Europa zelfs 90%. Daar wonen dus de consumenten die iedere dag gezond gevoed moeten worden.
  • Om de stadbewoner meer bewust te maken van gezond voedsel willen wij het dicht bij de consument brengen. Op een transparante en educatieve manier gezond voedsel duidelijk, inzichtelijk en aantrekkelijk maken.
  • Deze stadsboerderij is op een iconische manier ontworpen. Het laat zien dat gezonde voedselproductie een schone en hightech bezigheid is. Diervriendelijk, maar met robots en de nieuwste technologie.

Waarom Merwe4Haven in Rotterdam?

  • De gemeente Rotterdam heeft een ontwikkelstrategie voor deze voormalige fruithaven opgesteld. Op basis van deze strategie wordt de stedelijke binnenhaven uitdrukkelijk samen met marktpartijen getransformeerd tot een stedelijk platform waar haven & stad en kennis & kunde bij elkaar komen. De focus ligt op de innovatieve, technologische en ambachtelijke maakindustrie vanuit de clusters Clean Tech Medical en Food. De Floating Farm sluit hier naadloos op aan!

Jullie zeggen circulair te zijn, maar zijn het niet. Jullie huren land in de polder, rijden mest uit en voeren hooi aan.

  • Je mag in Nederland, volgens een nieuwe wet uit 2015 geen koeien houden als je niet over land beschikt (in eigendom of pacht). Voor 40 koeien moeten we minimaal 20 ha land in gebruik hebben. Wij pachten momenteel een kleine 20 ha van Natuurmonumenten in Midden Delfland.
  • We hebben in Rotterdam geen ruimte voor ons jongvee. Dat laten we door een boer in Midden Delfland voor ons opfokken op het land dat wij pachten van NatuurMonumenten. Pas wanneer dat jongvee volwassen is (ca. 2 jaar) komt het als drachtige koe naar Rotterdam en blijft daar de rest van haar leven.
  • Het land in Midden Delfland waarop we ons jongvee opfokken heeft een natuurdoelstelling en wordt zeer extensief beheerd. Er mag maar heel weinig op en op een deel van die grond in het geheel geen mest worden uitgereden.
  • Vee is onmisbaar voor het bereiken van die natuurdoelstelling. Ons jongvee draagt dus bij aan het realiseren van natuurdoelen / het vergroten van de biodiversiteit in de polder van Midden Delfland.
  • Onze ambitie is om voor de 40 koeien op de Floating Farm in Rotterdam zo circulair mogelijk te zijn. Voor energie, water en nutriënten.
  • Volledig circulair zijn aan boord van de Floating Farm is niet mogelijk. Yoghurt, vee en mest verlaten de Floating Farm, de nutriënten die daarmee worden afgezet, moeten aangevuld worden. Dat gebeurt in de vorm van restproducten uit de Rotterdamse voedingsmiddelenindustrie. We gaan aan boord van de Floating Farm dus voor de mens niet-eetbare reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie opwaarderen tot hoogwaardige humane voeding. Op deze wijze dragen wij bij aan het meer circulair maken van Rotterdam!
  • Maar, onze eerste innovatieve ambitie is om de Floating Farm ‘an sich’ zo circulair mogelijk te maken. Dat doen we door de urine van de koeien te benutten als meststof voor voerproductie aan boord met behulp van LED-technologie. Eerste experimenten wijzen uit dat we op deze wijze zeer hoogwaardig veevoer kunnen maken (uit gras, luzerne of rode klaver), waarmee we gangbare producten als sojaschroot kunnen vervangen. In eerste instantie zal de voerproductie aan bood kunnen voorzien in circa 15-20% van de voerbehoefte van de koeien. Een 30% zal uit reststromen uit Rotterdam bestaan. Dit wordt aangevuld met grof natuurhooi uit de polder van Midden Delfland.
  • De vaste mestkorrels die we maken gaan we in kleinverpakking afzetten in Rotterdam als natuurlijke, organische meststof voor volkstuinen, groenvoorziening en stadslandbouw.
  • Het is reëel te veronderstellen dat het circulaire concept van Floating Farm een groeimodel is. Het is zeer innovatief en deels nog experimenteel. In die aanloopfase zal nog een deel van de mest afgezet moeten worden via de reguliere kanalen richting de akkerbouw in bijvoorbeeld de Hoekse Waard.
  • Tot slot: Floating Farm is een eerste experimentele pilot om het concept te demonstreren en te ontwikkelen. Op basis van de resultaten en ervaringen die we daarmee opdoen kunnen we de volgende versie optimaliseren wat betreft schaal en technologie. Die volgende versie zal dan ook in toenemende mate circulair zijn.

Koeien in de stad is toch heel inefficiënt en onrendabel?

  • De efficiëntie van de productie van dierlijke eiwitten in de vorm van melk  is evenwel aanzienlijk hoger dan die van rundvleesproductie. Als gevolg daarvan wordt het efficiëntste, duurzaamste rundvlees geproduceerd als bijproduct van melkveestapels.
  • De relatieve inefficiëntie van melkproductie is vooral het gevolg van het grote grondbeslag. En juist daarvoor ontwikkelen we binnen Floating Farm nu een alternatief.  Door de cross-over met de allernieuwste tuinbouwtechnologie gaan we zeer efficiënt, indoor, los van de grond, voer voor de koeien produceren.  Het grondbeslag wordt daarmee niet, of veel minder een issue. En grond is, zeker in Nederland een weliswaar noodzakelijke, maar erg kostbare en nauwelijks rendabele productiefactor voor de boer.
  • De efficiëntie en omvang van die indoor voerproductie is nog onderwerp van onderzoek. De theoretische verwachtingen en eerste experimenten laten zien dat we met LED-verlichting in-door op jaarbasis per m2 een veelvoud aan voer kunnen produceren vergeleken met gangbare teelt in de openlucht. Dat voer is bovendien zeer hoogwaardig van kwaliteit en wordt jaarrond dagelijks vers verstrekt aan de dieren. Er zijn dus ook geen oogst- en conserveringsverliezen.
  • Je kunt het zo samenvatten: Floating Farm combineert zeer diervriendelijke dierhouderij met super efficiënte en intensieve voerproductie.

Overlast voor de omwonenden.

Hoe zit het met geluid en stank?

Geluid:

  • Geluidsoverlast zal, afgezien van af en toe een loeiende koe, heel beperkt zijn.  Gezien het nu al drukke vracht- en particulier verkeer ter plekke, zal het verschil nauwelijks waarneembaar zijn. Eenmaal per drie dagen een vrachtwagen om zuivelproducten op te halen. Eenmaal per maand een vrachtwagen om balen hooi te brengen en (alleen in de aanloopfase) eenmaal per twee maanden een vrachtwagen om mest op te halen.  Overigens onderzoeken we of we dit transport van en naar Midden Delfland niet per vrachtwagen, maar per boot mogelijk is. De gronden die Floating Farm pacht liggen aan de Schie, dus dat lijkt realistisch.
  • Tot slot zal er wat extra particulier vervoer plaatsvinden van bezoekers aan de Floating Farm.
  • De machines op de boerderij zelf produceren weinig geluid. Alle apparaten zijn elektrisch. Er zijn geen machines of werktuigen met verbrandingsmotoren aanwezig op de Floating Farm.

Stank:

  • Stank van veebedrijven wordt vooral veroorzaakt door de emissie van ammoniak. In de Koeientuin komt dankzij de unieke ‘weidevloer’ weinig ammoniak vrij. Ammoniak ontstaat wanneer mest en urine worden gemengd, zoals in de mestkelders onder gangbare stallen. In de koeientuin worden de urine en de vaste mest gescheiden verwijderd en opgeslagen. De urine zakt door een permeabele toplaag direct weg in de vloer en wordt via een drainagesysteem afgevoerd naar een afgesloten opslag. De vaste mest wordt door een speciaal ontwikkelde robot continu uit de stal verwijderd.
  • Een tweede bron van stank, die bovendien bijdraagt aan het broeikaseffect, is methaan. Ook methaan komt vrij uit mestkelders. Door de directe afvoer en verwerking van de mest komt uit de Koeientuin nagenoeg geen methaan vrij uit de mest.

Zijn er risico’s voor de volksgezondheid?

  • Nee. De fijnstofemissie van de Floating Farm is minimaal, mede dankzij het schone, innovatieve stalsysteem. Bovendien zal de op de Floating Farm aanwezige beplanting het fijnstof dat nog vrij mocht komen grotendeels afvangen.
  • De veestapel die wordt aangekocht zal gecertificeerd vrij zijn van op mensen overdraagbare ziekten als leptospirose en para tbc.  De gevreesde Q/koorts wordt overgedragen door geiten en niet door koeien.

Hoeveel subsidie krijgen jullie?

  • De drijvende koeientuin is volledig met risico kapitaal gefinancierd en heeft tot op heden nog geen subsidie ontvangen. Er lopen op dit moment aanvragen voor technologie- en onderzoek subsidie naar bijvoorbeeld de verwerking van mest en urine.

Soort kinderboerderij? / Attractie?

  • De Drijvende boerderij is in de eerste plaats een productie eenheid van dagvers voedsel voor de omgeving. Het ontwerp maakt het echter zeer transparant en iconisch om te komen kijken en daarmee wordt het ook een attractie.
  • Door het attractief te maken verwachten wij meer inzicht en begrip te creëren voor dagvers en gezonde voeding. Floating Farm krijgt ook een educatieve rol in de stad.

Wanneer gaan jullie open?

  • De bouwtijd bedraagt ongeveer 8 maanden na opdracht verlening. Dus afhankelijk van het moment waarop de geurverordening wordt afgegeven kunnen wij de start en oplevering van het gebouw aangeven.

Wanneer starten jullie met de bouw?

  • Zie hiervoor.

Welke vergunningen zijn nodig?

  • Om te mogen bouwen is een Omgevingsvergunning nodig. Deze is vergunning is inmiddels verleend.
  • Om de boerderij ook te mogen gebruiken is een Geurverordening nodig. Deze verordening is al door DCMR opgesteld. Het college van Burgemeester en Wethouders heeft de Gemeenteraad gevraagd de verordening vast te stellen. De raad vergadert hier binnenkort over.  In deze verordening wordt geregeld dat de afstand van de Floating Farm tot geurgevoelige objecten 50 in plaats van 100 meter mag bedragen. De argumentatie hiervoor is dat de wettelijk vastgestelde afstandsnorm niet afhankelijk is van het aantal koeien (in de praktijk is er natuurlijk wel een relatie tussen het aantal koeien en geuremissie) maar van een gemiddelde veehouderij met (ten minste) 100 koeien. In een toelichting op de Geurverordening is door DCMR inzichtelijk gemaakt dat een goed woon- en leefklimaat op korte afstand van de Floating Farm gewaarborgd is.

Waarom beginnen jullie nog niet met de bouw?

  • Zodra alle vergunningen / verordeningen definitief zijn kunnen we beginnen met de bouw.